
De politiek bemoeit zich in het publieke debat niet zo vaak met games, maar als het gebeurt dan is het vaak negatief, slecht onderbouwd en gebaseerd op sterk verouderde vooroordelen. Denk aan de reacties op de game Call of Duty Modern Warfare 2, die uitkwam in november. Het CDA en de ChristenUnie wisten niet hoe snel ze deze game moesten veroordelen, nog voordat deze uit was en hoogstwaarschijnlijk nog voordat ze deze zelf gezien hadden. Het aloude misverstand dat games per definitie voor kinderen zijn en dat ze de tere kinderzieltjes aantasten blijkt bijzonder hardnekkig. Call of Duty, om maar even bij het voorbeeld te blijven, is nooit bedoeld om gespeeld te worden door kinderen. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders, niet bij de industrie. Het had een mooie missie voor onze minister Rouvoet kunnen zijn, over gemiste kansen gesproken. Wellicht ten overvloede: games, gespeeld volgens de leeftijdscodering en natuurlijk met mate, kunnen kinderen (en volwassenen) stimuleren in hun fantasie, ooghandcoördinatie, samenwerking met anderen, probleemoplossend vermogen etc. etc. Er lijkt nu een politieke partij te zijn die het wel begrepen heeft: volgens control-online.nl staat er in het concept verkiezingsprogramma van D66 te lezen dat games onder de noemer cultuur vallen en dat het niet aan de overheid is om zich met de inhoud van games te bemoeien. Zelf zou ik games eerder scharen bij ontwikkeling van wetenschap en techniek en als wezenlijk onderdeel van de multi-communicatiemaatschappij waarin jongeren opgroeien, maar het begin is er. Een Xbox of Playstation is niet alleen een spelcomputer, maar maakt deel uit van de social media, een rol die alleen maar groter zal worden. De politiek kan en mag hier niet omheen lopen, willen ze enigszins aansluiting met de samenleving houden. Applaus dus voor D66, voor deze stap in de goede richting.