donderdag 27 mei 2010

Beslist de kiezer?


In de debatten van de afgelopen week komt steeds vaker het woord 'breekpunt' terug. Steeds vaker wordt er dus door lijsttrekkers gezegd wat ze niet willen in termen van samenwerking, maar wat ze wel willen na 9 juni blijft veelal onduidelijk. Nederland is nog steeds een coalitieland en er zal dus na 9 juni samengewerkt moeten worden door 2,3 of misschien wel 4 verschillende partijen. Een breekpunt benoemen gaat dus betekenen dat een partij of nu al zegt zich niet aan te sluiten bij een een coalitie die haaks staat op hun breekpunt, of dat de kiezers nu al voor de gek gehouden worden door iets voorgespiegeld te krijgen waaraan partijen zich toch niet houden. Alle partijen beloven nu van alles, maar de praktijk is dat deze ideeën alleen bestaan in hun verkiezingsprogramma. Er is geen partij die zijn verkiezingsprogramma volledig uit kan en zal voeren, want er is geen partij die een absolute meerderheid zal behalen of zelfs maar in de buurt hiervan zal komen. De coalitie waarin een partij terecht komt bepaalt dus in grote mate in welke richting hun plannen bijgesteld moeten worden om samen te kunnen regeren. Ik erger me dan ook aan de wazigheid die politici laten bestaan omtrent hun coalitievoorkeuren. De uitspraak 'de kiezer beslist' is een wassen neus, omdat zelfs de partij die wint in principe zijn plannen aan moet passen aan een andere, voor de kiezer niet te bepalen, partij of in het uiterste geval in de oppositie kan belanden. De kiezer wordt nu bijna gedwongen om tactisch te gaan stemmen, inplaats van te stemmen op de partij waarmee ze werkelijk de meeste affiniteit heeft. Een stem op de SP kan bijvoorbeeld heel sympathiek zijn, maar als de PvdA niet voldoende stemmen krijgt om de grootste te worden, zal de VVD een rechts kabinet kunnen willen vormen en draagt je linkse stem dus bij aan een rechts kabinet.. Hoe staan de zaken er voor als we af mogen gaan op de afgelopen debatten:
- CDA gaat waarschijnlijk niet de grootste worden en flirt ernstig met de VVD. Zet zich af tegen PvdA.
- PvdA lijkt vooralsnog te lijden onder de matige debattechnieken van Cohen en de rommelige campagne. Geen coalitievoorkeur gehoord, hoopt nog steeds de touwtjes in handen te krijgen.
- VVD gedraagt zich alsof ze op eenzame hoogte staan. Benoemt een nieuw paars als uiterst onwaarschijnlijk, maar pakt de handreiking van het CDA ook niet aan
- D66 is volgens mij de enige partij die duidelijk een coalitievoorkeur uitgesproken heeft (hulde!): een paars+ kabinet. Daarnaast heeft Pechtold zijn voorkeur uitsproken voor Cohen als premier, gedurfd en eerlijk.
- GroenLinks wil het liefst een linkse coalitie, maar heb ik niet in horen gaan op reële opties
- PVV moeilijke partner, heeft net als CDA hypotheekrenteaftrek als breekpunt benoemd en lijkt zo alleen te passen in een uiterst rechts kabinet
- SP zo links mogelijk, uiteraard, maar lijkt zich al geschikt te hebben in een rol in de oppositie
- CU zet zich opvallend hard af tegen het CDA en kiest daardoor nu al voor een rol in de oppositie
De Politiek app geeft je de mogelijkheid om naar aanleiding van verschillende peilingen simpel uit te rekenen welke combinatie een meerderheid op zal leveren. Hoe betrouwbaar deze peilingen zijn valt natuurlijk te bezien. Het uitspreken van een coalitievoorkeur zou niet alleen eerlijk zijn naar de kiezer, het zou ook inhoudelijk wat toe kunnen voegen aan het debat. Nu gaat het vooral over de debatkwaliteiten van de verschillende lijsttrekkers, hun oneliners en hun eventuele blunders. Een nationale bekvechtcompetitie noemde Maarten van Rossem het laatste lijsttrekkersdebat. Leuk wellicht om naar te kijken en om over te praten, maar je bestuurt er geen land mee. Onder het mom 'laat de kiezer beslissen op 9 juni' wordt de werkelijke richting straks weer uitgezet op een geheime lokatie ergens in het land achter gesloten deuren. Wat gaat het dus worden: kiezen vanuit overtuiging of vanuit tactische overwegingen? Ik vind het moeilijk.

zaterdag 22 mei 2010

Met de kennis van nu


In Met de kennis van nu zijn columns verzameld van Peter Middendorp, columns die eerder verschenen zijn in het dagblad De Pers. Aangezien ik naar mijn werk fiets en dus zelden een gratis dagblad onder ogen krijg, was ik niet bekend met Peter Middendorp of zijn columns. De verzameling wordt gepresenteerd als de ultieme alternatieve gids voor de verkiezingen- en voor de formatieperiode. Dit zal ik maar opvatten als niets meer of minder dan achterflaptekst om de aandacht te trekken, want zo zou ik dit boek toch echt niet willen omschrijven. Met de kennis van nu is een verzameling geestige korte verhalen over de politici van nu gezien door de ogen van Peter Middendorp. Hij vertelt over zijn omgang met de politici in Den Haag, over wat daar zoal gebeurt en doet dit met de nodige zelfspot. Middendorp is een goede observeerder en weet situaties beeldend te beschrijven. Dat je hierdoor soms een ander beeld krijgt van een politicus dan dat je over het algemeen in de media voorgeschoteld krijgt lijkt bijzaak. Dat is iets wat vanzelf ontstaat, niet iets waar een punt van gemaakt wordt. De grote charme van dit boek is de eenvoud van de verhalen. Daarbij is het grote gevoel van relativering van de schrijver een verademing. Een fijn boek dus, dat leest als een trein. Het blijkt overigens ook heel gemakkelijk om Middendorps columns te volgen zonder dat je De Pers leest: hij geeft de link door op Twitter zodra er een nieuw stuk is gepubliceerd. Zeker in deze verkiezingsperiode leuk om te volgen: Ga naar Peter Middendorp op Twitter

Radio1 Lijsttrekkersdebat


Het lijsttrekkersdebat van radio 1 is berucht geworden in de vorige verkiezingen, omdat Balkenende daar zijn beroemde uitspraak richting Wouter Bos deed: u draait en u bent niet eerlijk. Deze uitspraak was overigens volstrekt niet spontaan, maar van te voren klaargezet door volgens mij Jack de Vries. Jack is niet meer en Balkenende wist op mij in dit debat geen indruk te maken. Het hielp ook niet dat hij in de tweede debatsronde bij de kleine partijen geplaatst werd: Balkenende in debat met Verdonk en Roeme is natuurlijk voor niemand erg interessant. Hij probeerde er nog wat van te maken door Verdonk om haar mening te vragen, maar ik weet niet eens meer waar dat over ging of wat haar antwoord was; het was volstrekt oninteressant. Wel interessant was het debat tussen Cohen en Rutte over veiligheid en integratie. Wat een heerlijke keuze om dit zonder Verdonk en zonder Wilders, die niet aanwezig was, en hun simplistische one-liners te doen. Rutte nam echter deze rol over en ging op de populistische toer. Hij viel Cohen hard aan op zijn veiligheids- en integratiebeleid in Amsterdam, iets wat op mij nogal plat en irreeel overkwam. Het werd echter onder de luisteraars/kijkers meer toegejuicht dan afgewezen als ik op de reacties op Twitter af mag gaan, en Ruttes opmars lijkt vooralsnog niet te stoppen. Er leek overigens een groot verschil in de beleving van het debat te zijn tussen de mensen die slechts luisterden en de mensen die meekeken via internet of politiek24. Bij de luisteraars leek Rutte het beter te doen met zijn stevige en dominante uitspraken. Cohen kwam bij kijkers over het algemeen beter uit de bus dan bij de luisteraars. Zijn rustige uitstraling werd door velen als positief ervaren, maar die kon hij op de radio blijkbaar onvoldoende overbrengen. Pechtold en Halsema gingen veel inhoudelijker te werk en kwamen weer eens tot de conclusie dat ze veel raakvlakken hadden. In campagnetijd is dat niet zo spannend en er werd wat honend op gereageerd, maar uiteindelijk is dat wel waar het om gaat. Het land moet immers geregeerd worden, zoals Pechtold meerdere malen aangaf. Op het einde van het debat probeerde hij bij zijn collega-lijsttrekkers nog uitspraken te ontlokken over voorkeurcoalities, maar dit lukte niet. De kiezer beslist op 9 juni was het antwoord, maar we weten allemaal dat dat niet zo gaat werken. Overigens was het Balkenende die als enige het nieuws haalde met een uitspraak: hij verklaarde de hypotheekrenteaftrek als breekpunt bij coalitievormingen.

woensdag 19 mei 2010

Filmpjes

De campagnes zijn eindelijk echt begonnen en we worden aan alle kanten overspoeld met lijsttrekkers die zich van hun beste kant laten zien. Met de komst van Twitter en YouTube is de ouderwetse 'zendtijd voor politieke partijen' achterhaald geraakt: partijen kunnen hun kiezers via woord en beeld zo vaak bereiken als ze maar willen. Deze overdaad maakt echter ook kritisch en selectief. De partijen zullen met boeiende, professionele filmpjes moeten komen willen mensen er langer dan 30 seconden naar kijken, of überhaupt al op klikken. Het campagnefilmpje van Rita Verdonk is nu al legendarisch. Met hilarisch slechte filmpjes krijg je wellicht nog steeds de meeste aandacht, de vraag is of dat bevorderlijk is voor de campagne. Inmiddels al bijna 280.000 (!) bekeken:



De PvdA kiest voor de persoonlijke aanpak. De persoon van Job Cohen staat volledig centraal. We zien zijn leven, zijn prestaties, zijn visie. Het is een aanpak die mij wel aanspreekt, al verdwijnt hierdoor de partij wel wat naar de achtergrond. Cohen lijkt meer en meer zijn stempel te drukken op de campagne en op het PvdA-beleid. Het is meer dan een verkiezingstruc: al meerdere keren nam Cohen bedoeld of onbedoeld afstand van PvdA-standpunten. Hij lijkt hiermee zijn invloed binnen de partij in rap tempo uit te breiden. Een bewuste keuze denk ik, maar ook een risico. De andere partijen zien de speelruimte die dit geeft en springen hier aan alle kanten op in. Een stem voor de PvdA is een stem voor Job Cohen, de PvdA is hier in ieder geval heel duidelijk in.



De persoonlijke aanpak van de PvdA roept helaas een persoonlijke aanval op van de PVV. Geert Wilders pakt Cohen op zijn bekende wijze aan: theedrinken en de boel bij elkaar houden worden als voorbeelden van slappe knieën politiek opgevoerd. Wilders beperkt zich ook nu weer tot de immigratie- en integratieproblematiek. In een tijd waarin mensen zich met name zorgen maken over de economie en hun eigen portemonnee lijkt Wilders het gevoel met de burger waar hij zo graag voor op wil komen kwijt te raken. Inspelen op angstgevoelens blijft echter een beproefde methode om stemmen te trekken, en dit spotje maakt zondermeer meer indruk dan het roeien samen met Fleur Agema in een eerder nogal lachwekkend filmpje. Het blijft echter een populistisch verhaal, niks nieuws van Wilders:



Later meer campagnefilmpjes..

zondag 16 mei 2010

Binnenhof


Dat het blad Binnenhof commotie zou veroorzaken was al zeker voordat er maar één letter geschreven was. Niet alleen omdat een roddelblad volledig gewijd aan politici in Nederland tot nu toe ongehoord is, maar vooral omdat een blad als HP/De Tijd zich hiermee bezig ging houden. De kritiek is dan ook over het algemeen vernietigend. Schande, schande, roept weldenkend Nederland, terwijl juist dit weldenkend Nederland volgens mij beter had moeten weten. Natuurlijk is Binnenhof op het eerste gezicht een roddelblad dat de grenzen van het fatsoen opzoekt of daar overheen gaat. De makers lijken een blad te hebben gemaakt dat in het rijtje schandaalbladen past dat we vooral van uit het buitenland kennen. Schreeuwend, meer foto's dan tekst en nauwelijks echte onthullingen. Als je jezelf beperkt door er zo naar te kijken dan mis je volgens mij echter waar het om gaat. Binnenhof is volgens mij vooral een spannend experiment waarin zogenaamd lage en hoge cultuur elkaar raken. Voor de gemiddelde HP/De Tijd lezer voelt dit ongemakkelijk, het schuurt omdat het niet direct te plaatsen is. Het laat zien dat de grens tussen satire en serieus ogende verslaggeving flinterdun is en voor iedereen op een ander niveau ligt. Het feit dat zoveel mensen het blad zo serieus nemen illustreert dit maar al te goed. Als er een grote sticker met 'satire' op had gestaan hadden veel mensen er wellicht beter mee uit de voeten gekund, alles lijkt tegenwoordig gelabeled te moeten worden. Het siert HP/De Tijd dat ze dit nou juist niet hebben gedaan. Het is een interessant en provocerend project geworden waarvan we er te weinig zien in Nederland, dus daarvoor alle lof. Dat wil niet zeggen dat ik geen kanttekeningen heb. Het missen van de Jack de Vries-affaire is ongelukkig en lijkt me aangeven waar het dit blad aan ontbroken heeft. Er is meer energie gaan zitten in het idee op zich en het uiterlijk dan aan het relevant maken van de inhoud. De huizenreeks is op zich leuk, zeker met het oog op de rol van de hypotheekrenteaftrek in de campagne. Voor de rest is het toch wel veel oud nieuws. Er moet toch meer te melden zijn geweest dan dit. Zo wordt de volstrekt irrelevante Philomena Bijlhout in twee verschillende artikelen genoemd met een grote foto: niet nodig en oninteressant. Femke Halsema wordt onevenredig hard aangepakt, ondanks of misschien juist omdat zij meewerkte aan HP/De Tijd als columnist. Na het verschijnen van Binnenhof heeft zij laten weten zich uit het colofon van HP/De Tijd te laten verwijderen. Jammer, maar wel een begrijpelijke reactie. Binnenhof is in het geval van Halsema over de schreef gegaan, foto's van de kinderen van politici publiceren is ook in mijn ogen niet oke. Toch is Binnenhof vooral een goed gemaakte grap, een provocatie die te waarderen valt.

woensdag 12 mei 2010

Wat een toestand


Het bericht van de buitenechtelijke relatie van Jack de Vries was gisteren groot nieuws. De foto van een rokende Femke Halsema op de cover van het eenmalige roddelblad Binnenhof was opeens nauwelijks interessant, voor zover het dat überhaupt zou zijn geweest. Ook de beelden van een taart etende Balkenende die met een aantal Hyvesvrienden zijn verjaardag vierde kregen amper aandacht. Alle pijlen waren gericht op Jack de Vries, die in een persbericht de problemen toegaf en direct een stap terug deed als boegbeeld van de CDA-campagne. Het is een genante toestand waar uiteraard uitgebreid om gegrinnikt wordt. Het CDA staat immers bekend om het normen en waarden debat en deze affaire kon bijna niet op een slechter moment in de publiciteit komen. Het verbaast me dat een mediastrateeg als de Vries dit niet heeft zien aankomen of kunnen regisseren. Hij had het natuurlijk in de eerste plaats al niet moeten laten gebeuren, maar hij moet toch geweten hebben dat dit niet alleen zijn gezin zou treffen, maar ook zijn partij en de campagne. Het getuigt van een naïeve overmoed of zelfs arrogantie te denken dat dit buiten de publiciteit zou blijven. Balkenende en Verhagen reageerden gisteren beiden vrij flauwtjes op alle commotie en benadrukten dat het om een privéaangelegenheid ging. Wellicht gaan binnenskamers de ramen er wel uit en kopen ze slechts tijd in de media. Mij geeft het echter geen vertrouwen dat mensen die zo de mond vol hebben van normen en waarden en in hoge mate willen bepalen hoe er in Nederland geleefd wordt, een dergelijke affaire in hun eigen kring onder het tapijt willen vegen of in ieder geval willen bagatelliseren naar buiten toe. Juist van het CDA verwacht ik een zware veroordeling van dergelijk gedrag. Het alternatief van de nu gegeven reactie zou dan ook zijn het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van de Vries. Ik weet echter niet of het effect daarvan zoveel beter zal zijn. Ik zou het persoonlijk misschien beter vinden, maar ik ben geen potentiële CDA-kiezer, ook niet als de Vries nu gedumpt zou worden. Het ironische is dat degene die het CDA door dit soort toestanden heen zou kunnen helpen, juist het lijdend voorwerp is geworden. Het CDA verliest dus op meerdere fronten. Op hoeveel fronten zal de komende peiling uit moeten wijzen.

maandag 3 mei 2010

Waar gaat het heen met Job Cohen?


Het NOVA-optreden van Job Cohen is inmiddels uitgebreid bekritiseerd in de media. Het lijkt wel of iedereen er een mening over had. Deze meningen gingen over de manier waarop hij zat, de manier waarop hij praatte en natuurlijk ook over de inhoud. Hij zou onzeker overkomen en duidelijk te weinig weten van de economie. Te slecht voorbereid zei de een, overvoorbereid zei de ander. Feit was dat daar niet de sterke, overtuigde winnaar zat die de PvdA dacht in huis te hebben gehaald. Wat is hier aan de hand? Ten eerste lijkt het er sterk op dat een deel van Nederland, als een goede Nederlandse traditie, zit te wachten op welke aanleiding dan ook om Cohen naar beneden te halen. Je hoofd zo ver boven het maaiveld uitsteken als hij doet of men hem laat doen, dat vindt de media op zijn minst uitdagend. Dat vraagt dus om het betere hak- en sneerwerk. Uitspraken van Cohen worden uitvergroot en veelal negatief benaderd. Hij wordt gevraagd aan normen te voldoen die wellicht helemaal niet reëel zijn en waarvan het nog maar de vraag is of zijn collega-lijsttrekkers er aan voldoen. Daar hoor je overigens nauwelijks iemand over. Er was van uit gegaan dat Cohen's zwakke plek de economie zou zijn en alles lijkt er op gericht om dit te bewijzen. De andere kant van het verhaal ligt natuurlijk bij de PvdA zelf. In een professioneel gevoerde campagne als die van een grote politieke partij zou je verwachten dat men bepaalde zaken aan zou kunnen zien komen. De vragen die gesteld werden in NOVA waren deels misschien aan de flauwe kant, maar een man als Cohen zou die gemakkelijk moeten kunnen pareren. Daarbij zou de campagneleiding moeten weten hoe belangrijk het is hoe iemand over komt en hoe de media je kan maken en breken. Dit aspect moet je tot in de puntjes beheersen en kunnen gebruiken. De PvdA zou alleen al om de desastreus verlopen campagne met Melkert destijds op alles voorbereid moeten zijn en zich niet moeten laten verrassen door zelfoverschatting op welk vlak dan ook. Tot nu toe komen de meeste uitspraken van Cohen klunzig in de media terecht en heeft hij zijn comfortzone nog niet gevonden. Zou Cohen dan toch te weinig tijd hebben om zich aan te passen na al die jaren in de eilandfunctie van burgemeester? Den Haag is toch niet nieuw voor hem en optreden in de media en de politiek ook niet. Zijn toespraak in de relatief veilige omgeving van het PvdA-congres was dan ook hartstikke sterk. Die vorm zal Cohen snel terug moeten vinden, want ondertussen wachten Balkenende en Rutte hun beurt in de luwte rustig af. Hoe minder media hoe beter, lijkt de aanpak van deze mannen, en die aanpak lijkt vooralsnog te werken. De verkiezingscampagne van 2010 komt zo met horten en stoten op gang en geeft de kiezer voorlopig nog weinig redenen om weer vertrouwen in de politiek te krijgen. Er moet nog heel wat gebeuren.